Romeinen 5 Bijbelcommentaar

Volledig Beknopt

Hoofdstuk Inhoud

De gelukkige gevolgen van de rechtvaardiging door het geloof in de gerechtigheid van Christus. (1-5) Dat wij verzoend zijn door Zijn bloed. (6-11) De val van Adam bracht de gehele mensheid in zonde en dood. (12-14) De genade van God, door de gerechtigheid van Christus, heeft meer kracht om verlossing te brengen, dan de zonde van Adam had om ellende te brengen, (15-19) daar de genade wel overvloedig was. (20,21)

Commentaar op Romeinen 5:1-5

(Lees Romeinen 5:1-5)

Een gezegende verandering vindt plaats in de toestand van de zondaar, wanneer hij een ware gelovige wordt, wat hij ook geweest is. Gerechtvaardigd zijnde door het geloof heeft hij vrede met God. De heilige, rechtvaardige God kan geen vrede hebben met een zondaar, terwijl hij onder de schuld van de zonde is. Rechtvaardiging neemt de schuld weg, en maakt zo plaats voor vrede. Dit is door onze Heer Jezus Christus; door Hem als de grote Vredestichter, de Middelaar tussen God en de mens. De gelukkige staat van de heiligen is een staat van genade. In deze genade zijn wij gebracht, hetgeen leert dat wij niet in deze staat geboren zijn. Wij hadden er uit onszelf niet in kunnen komen, maar wij zijn er in geleid, als vergeven overtreders. Daarin staan wij, een houding die volharding aanduidt; wij staan stevig en veilig, overeind gehouden door de macht van de vijand. En zij die hopen op de heerlijkheid van God in het hiernamaals, hebben genoeg om zich nu in te verheugen. Verdrukking bewerkt geduld, niet op zichzelf, maar door de krachtige genade van God die in en met de verdrukking werkt. Geduldige lijders hebben het meest van de Goddelijke vertroostingen, die overvloedig zijn naarmate de verdrukkingen overvloedig zijn. Het werkt noodzakelijke ervaring van onszelf. Deze hoop zal niet teleurstellen, omdat zij verzegeld is met de Heilige Geest als een Geest van liefde. Het is het genadevolle werk van de gezegende Geest om de liefde van God in de harten van alle heiligen uit te storten. Een juist besef van Gods liefde tot ons, zal ons niet beschamen, noch van onze hoop, noch van ons lijden voor Hem.

Commentaar op Romeinen 5:6-11

(Lees Romeinen 5:6-11)

Christ stierf voor zondaars; niet alleen die nutteloos waren, maar die schuldig en hatelijk waren; zodanig dat hun eeuwig verderf zou zijn tot heerlijkheid van Gods rechtvaardigheid. Christus stierf om ons te redden, niet in onze zonden, maar van onze zonden; en wij waren nog zondaars toen Hij voor ons stierf. Neen, de vleselijke gezindheid is niet alleen een vijand van God, maar de vijandschap zelf, Romeinen 8:7; Kolossenzen 1:21. Maar God heeft het plan opgevat om van de zonde te verlossen, en een grote verandering te bewerken. Zolang de zondige staat voortduurt, heeft God een afkeer van de zondaar, en de zondaar heeft een afkeer van God, Zacharia 11:8. En dat voor zulken als dezen Christus zou sterven, is een geheimenis; geen ander voorbeeld van zulk een liefde is bekend, zodat het wel de bezigheid van de eeuwigheid kan zijn om het te aanbidden en zich erover te verwonderen. Nogmaals, welk idee had de apostel toen hij veronderstelde dat iemand zou sterven voor een rechtvaardig mens? En toch stelde hij het alleen maar als een ding dat zou kunnen zijn. Was het niet het ondergaan van dit lijden, opdat de persoon die er voordeel van zou hebben, er van bevrijd zou worden? Maar waarvan worden gelovigen in Christus bevrijd door zijn dood? Niet van de lichamelijke dood, want die moeten en zullen zij allen ondergaan. Het kwaad, waarvan de bevrijding alleen op deze verbazingwekkende wijze kon geschieden, moet vreselijker zijn dan de natuurlijke dood. Er is geen kwaad waarop het argument kan worden toegepast, behalve dat wat de apostel feitelijk zegt: zonde en toorn, de straf van de zonde, bepaald door de onfeilbare rechtvaardigheid van God. En als zij aldus, door Goddelijke genade, tot bekering gebracht werden en in Christus geloofden, en aldus gerechtvaardigd werden door de prijs van Zijn bloedstorting, en door geloof in die verzoening, dan zouden zij nog veel meer door Hem, die voor hen gestorven en opgestaan is, bewaard worden om onder de macht van de zonde en Satan te vallen, of definitief van Hem af te wijken. De levende Heer van allen zal het doel van Zijn stervende liefde voltooien door alle ware gelovigen tot het uiterste te redden. Met zulk een belofte van redding in de liefde van God door Christus, verklaarde de apostel dat gelovigen zich niet alleen verheugden in de hoop op de hemel, en zelfs in hun verdrukkingen om Christus’ wil, maar dat zij ook God verheerlijkten, als hun onveranderlijke Vriend en algenoegzame Toeverlaat, door Christus alleen.

Commentaar op Romeinen 5:12-14

(Lees Romeinen 5:12-14)

De bedoeling van wat volgt is duidelijk. Het is om onze mening te verheffen aangaande de zegeningen die Christus voor ons heeft verkregen, door ze te vergelijken met het kwaad dat volgde op de val van onze eerste vader; en door te laten zien dat deze zegeningen zich niet alleen uitstrekken tot de verwijdering van dit kwaad, maar veel verder. Adam zondigde, zijn natuur werd schuldig en verdorven, en zo kwam het ook tot zijn kinderen. Zo hebben allen in hem gezondigd. En de dood is door de zonde, want de dood is het loon van de zonde. Toen kwam al die ellende die het gevolg is van de zonde; de tijdelijke, geestelijke en eeuwige dood. Als Adam niet gezondigd had, was hij niet gestorven; maar een vonnis des doods werd uitgesproken, zoals over een misdadiger; het ging door alle mensen heen, als een besmettelijke ziekte waaraan niemand ontsnapt. Als bewijs voor onze verbondenheid met Adam, en ons aandeel in zijn eerste overtreding, merkt men op, dat de zonde in de wereld heerste gedurende vele eeuwen vóór het geven van de wet door Mozes. En de dood heerste in die lange tijd niet alleen over volwassenen die moedwillig zondigden, maar ook over massa’s zuigelingen, hetgeen aantoont dat zij in Adam onder verdoemenis waren gevallen, en dat de zonde van Adam zich uitstrekte tot al zijn nageslacht. Hij was een gestalte of type van Hem die zou komen als Borg van een nieuw verbond, voor allen die aan Hem verwant zijn.

Commentaar op Romeinen 5:15-19

(Lees Romeinen 5:15-19)

Door de overtreding van één mens zijn alle mensen blootgesteld aan eeuwige veroordeling. Maar de genade en barmhartigheid van God, en de vrije gave van gerechtigheid en verlossing, zijn door Jezus Christus, als mens; toch heeft de Heer uit de hemel de schare der gelovigen in een veiliger en verhevener staat gebracht dan die, waaruit zij in Adam vielen. Deze vrije gave heeft hen niet opnieuw in een staat van beproeving geplaatst, maar heeft hen bevestigd in een staat van rechtvaardiging, zoals Adam geplaatst zou zijn geweest, als hij had gestaan. Niettegenstaande de verschillen, is er een treffende gelijkenis. Zoals door de zonde van één mens de zonde en de dood de overhand kregen tot veroordeling van alle mensen, zo heeft door de gerechtigheid van één mens de genade de overhand gekregen tot rechtvaardiging van allen die door het geloof met Christus verbonden waren. Door de genade Gods is de genadegave aan velen overvloedig geworden door Christus; toch verkiezen velen onder de heerschappij van zonde en dood te blijven, in plaats van te solliciteren naar de zegeningen van de heerschappij der genade. Maar Christus zal in geen geval uitwerpen wie tot Hem wil komen.

Commentaar op Romeinen 5:20,21

(Lees Romeinen 5:20,21)

Door Christus en Zijn gerechtigheid hebben wij meer en grotere voorrechten dan wij verloren door de overtreding van Adam. De zedenwet toonde aan dat vele gedachten, temperamenten, woorden en handelingen zondig waren, waardoor overtredingen vermenigvuldigd werden. De zonde nam niet toe, maar de zondigheid ervan werd ontdekt, zoals het binnenlaten van een helderder licht in een kamer, het stof en vuil ontdekt dat er eerder was, maar niet werd gezien. De zonde van Adam en de uitwerking van het bederf in ons, zijn de overvloed van die overtreding die verscheen bij de ingang van de wet. En de verschrikkingen van de wet maken de vertroostingen van het evangelie des te lieflijker. Zo heeft God, de Heilige Geest, ons door de gezegende apostel een zeer belangrijke waarheid overgebracht, vol van troost, geschikt voor onze nood als zondaars. Wat de een ook moge hebben boven de ander, ieder mens is een zondaar tegen God, wordt veroordeeld door de wet, en heeft vergiffenis nodig. Een rechtvaardigmakende gerechtigheid kan niet bestaan uit een mengeling van zonde en heiligheid. Er kan geen aanspraak zijn op een eeuwige beloning zonder een zuivere en vlekkeloze gerechtigheid: laten wij daarnaar zoeken, zelfs naar de gerechtigheid van Christus.

Leave a Reply

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.