Romeinen 3 Bijbelcommentaar

Volledig Beknopt

Hoofdstuk Inhoud

Objecties beantwoord. (1-8) Alle mensen zijn zondaars. (9-18) Zowel Joden als heidenen kunnen niet door hun eigen daden gerechtvaardigd worden. (19,20) Het is te danken aan de vrije genade van God, door het geloof in de gerechtigheid van Christus, doch de wet is niet weggedaan. (21-31)

Commentaar op Romeinen 3:1-8

(Lees Romeinen 3:1-8)

De wet kon niet redden in of van zonden, toch gaf zij de Joden voordelen voor het verkrijgen van zaligheid. Hun vastgestelde verordeningen, onderwijs in de kennis van de ware God en Zijn dienst, en vele gunsten bewezen aan de kinderen van Abraham, waren allemaal middelen van genade, en werden ongetwijfeld nuttig gemaakt voor de bekering van velen. Maar vooral de Schriften werden hun toegewijd. Het genot van Gods woord en verordeningen is het voornaamste geluk van een volk. Maar Gods beloften worden alleen aan gelovigen gedaan; daarom kan het ongeloof van sommigen, of van vele belijders, deze getrouwheid niet zonder gevolg laten. Hij zal Zijn beloften aan Zijn volk vervullen, en Zijn gedreigde wraak over de ongelovigen brengen. Dat God de wereld oordeelt, moet voor altijd alle twijfels en bedenkingen over Zijn rechtvaardigheid doen verstommen. De goddeloosheid en het halsstarrige ongeloof van de Joden, bewees de behoefte van de mens aan de gerechtigheid van God door geloof, en ook Zijn rechtvaardigheid in het straffen voor de zonde. Laat ons het kwade doen, opdat het goede komt, is vaak meer in het hart dan in de mond van zondaars; want weinigen rechtvaardigen zo zichzelf in hun boze wegen. De gelovige weet dat de plicht hem toebehoort, en de gebeurtenissen God; en dat hij geen zonde moet begaan, of één leugen moet spreken, in de hoop, of zelfs de verzekering, dat God daardoor Zichzelf zal verheerlijken. Indien iemand aldus spreekt en handelt, is zijn veroordeling rechtvaardig.

Commentaar op Romeinen 3:9-18

(Lees Romeinen 3:9-18)

Hier wordt wederom aangetoond dat de gehele mensheid onder de schuld van de zonde is, als een last; en onder de regering en heerschappij van de zonde is, als er slaaf van is, om goddeloosheid te werken. Dit wordt duidelijk gemaakt door verschillende passages uit de Schrift van het Oude Testament, die de verdorven en verdorven staat van alle mensen beschrijven, totdat genade hen bedwingt of verandert. Hoe groot onze voordelen ook zijn, deze teksten beschrijven veel mensen die zich christenen noemen. Hun principes en gedrag bewijzen dat er voor hun ogen geen vrees voor God is. En waar geen vreze Gods is, is geen goed te zoeken.

Commentaar op Romeinen 3:19,20

(Lees Romeinen 3:19,20)

Het is tevergeefs te zoeken naar rechtvaardiging door de werken der wet. Allen moeten schuldig pleiten. Schuldig voor God, is een vreselijk woord; maar geen mens kan gerechtvaardigd worden door een wet die hem veroordeelt omdat hij die overtreedt. De corruptie in onze natuur, zal voor altijd elke rechtvaardiging door onze eigen werken tegenhouden.

Commentaar op Romeinen 3:21-26

(Lees Romeinen 3:21-26)

Moet de schuldige mens onder de toorn blijven? Is de wond voor altijd ongeneeslijk? Nee, God zij gezegend, er is een andere weg voor ons opengelegd. Dit is de gerechtigheid van God; gerechtigheid van Zijn verordenen, en voorzien, en aanvaarden. Het is door dat geloof dat Jezus Christus tot zijn voorwerp heeft; een gezalfde Zaligmaker, zo betekent Jezus Christus. Rechtvaardigend geloof respecteert Christus als een Zaligmaker, in al zijn drie gezalfde ambten, als Profeet, Priester en Koning; op Hem vertrouwend, Hem aannemend, en Hem aanklevend: in al deze dingen zijn Joden en heidenen gelijkelijk welkom bij God door Christus. Er is geen verschil, Zijn gerechtigheid is over allen die geloven; niet alleen aan hen aangeboden, maar op hen gelegd als een kroon, als een kleed. Het is vrije genade, loutere barmhartigheid; er is niets in ons dat zulke gunsten verdient. Het komt ons vrij toe, maar Christus kocht het en betaalde de prijs. En het geloof heeft speciale aandacht voor het bloed van Christus, als datgene wat de verzoening deed. God verklaart in dit alles zijn gerechtigheid. Het is duidelijk dat Hij de zonde haat, terwijl niets minder dan het bloed van Christus ervoor zou voldoen. En het zou niet overeenstemmen met Zijn rechtvaardigheid om de schuld op te eisen, wanneer de Borg ervoor betaald heeft, en Hij die betaling in volle voldoening heeft aanvaard.

Commentaar op Romeinen 3:27-31

(Lees Romeinen 3:27-31)

God wil het grote werk van de rechtvaardiging en redding van zondaars van het eerste tot het laatste laten uitvoeren, om zo het roemen uit te sluiten. Welnu, indien wij door onze eigen werken gered zouden worden, zou roemen niet uitgesloten zijn. Maar de weg van rechtvaardiging door geloof sluit voor altijd het roemen uit. Toch worden gelovigen niet overgelaten aan wetteloosheid; het geloof is een wet, het is een werkende genade, waar het ook in waarheid is. Door het geloof, niet in deze zaak een daad van gehoorzaamheid, of een goed werk, maar het vormen van de betrekking tussen Christus en de zondaar, waardoor het gepast is dat de gelovige omwille van de Zaligmaker wordt vergeven en gerechtvaardigd, en dat de ongelovige die niet op deze wijze met Hem verenigd of verwant is, onder de veroordeling blijft. De wet is nog steeds van nut om ons te overtuigen van wat voorbij is, en om ons de weg te wijzen voor de toekomst. Hoewel wij er niet door gered kunnen worden als een verbond, bezitten en onderwerpen wij ons er toch aan, als een regel in de hand van de Middelaar.

Leave a Reply

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.