Bijbelcommentaren

Vers 1-29

Psalmen 118:1. Dankt den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid duurt in der eeuwigheid.

Hier is een blijvende reden voor dankzegging. Hoewel wij niet altijd gezond zijn, noch altijd voorspoedig, toch is God altijd goed, en daarom is er altijd een voldoende argument om Jehovah te danken. Dat Hij in wezen een goede God is, dat Hij niet anders dan goed kan zijn, zou een fontein moeten zijn waaruit de rijkste lofprijzingen voortdurend zouden moeten stromen.

Palmen 118:2-3. Laat Israël nu zeggen, dat zijn barmhartigheid eeuwig duurt. Laat het huis van Aäron nu zeggen, dat zijn barmhartigheid eeuwig duurt.

Dezen waren speciaal apart gezet voor Gods dienst, en daarom, waar veel gegeven wordt, wordt veel verwacht. Het huis van Aäron moet daarom een speciale toon van dankbaarheid hebben, en hoewel wij, die het evangelie prediken, geen soort priesterschap opeisen, toch, als iemand de stam van dankbaarheid zou moeten leiden, zouden zij het moeten zijn die voortdurend voor God dienen. Laat hen nu, die de HEERE vrezen, zeggen, dat Zijn goedertierenheid eeuwig duurt.

Laat hen het allen zeggen; laat ieder van ons het nu voor zichzelf zeggen: “Zijn goedertierenheid duurt eeuwig.”

Palmen 118:5. Ik riep den HEERE aan in benauwdheid; de HEERE antwoordde mij, en zette mij op een ruime plaats.

Ik denk dat velen van ons zo’n verslag zouden kunnen maken en niet eenmaal, maar vele malen in ons leven zouden kunnen zeggen: “Ik riep den HEERE aan in benauwdheid.” Wij hebben vele beproevingen gehad, maar wij hebben een genade-zetel om altijd naar toe te vliegen, en een God die altijd bereid is om het geroep van Zijn benauwden te horen.

Palmen 118:6. De HEERE is aan mijn zijde; ik vrees niet, wat kan de mens mij doen?

Het verleden geeft ons altijd zekerheid voor de toekomst, want wij hebben te doen met dezelfde onveranderlijke God, en daarom mogen wij verwachten dat wij dezelfde behandeling van Hem zullen krijgen.

Palmen 118:7-8. De HEERE neemt mijn deel met hen, die mij helpen; daarom zal ik mijn begeerte zien op hen, die mij haten. Het is beter op den HEERE te vertrouwen, dan op den mensch.

Er is een tekst, die ik nog nooit ergens opgehangen heb gezien. U hebt verlichte teksten in uw huizen en schoollokalen, enzovoort, maar ik geloof dat ik deze nog nooit heb gezien: “Vervloekt is hij, die op den mens vertrouwt, en vleesch tot zijn arm maakt”, of die andere: “Houdt op, gij, van den mens, wiens adem in zijn neusgaten is, want waarin zal hij rekenschap afleggen?” En ik ben er zeker van dat er geen Schriftonderricht noodzakelijker is dan dat, of het nu betrekking heeft op groten of kleinen, of het betrekking heeft op mannen van aanzien, of op die uit uw eigen familiekring. “Het is beter op de Here te vertrouwen, dan op de mens.”

Palmen 118:9. Het is beter op de Here te vertrouwen dan op vorsten.

Het is edeler, het is meer in overeenstemming met het gezonde verstand, het zal tot betere resultaten leiden. God verdient ons vertrouwen beter dan de vorsten der aarde – zelfs de besten van hen.

Palmen 118:10. Alle volken hebben mij omsingeld, maar in de naam des HEEREN zal ik hen verdelgen.

Dit kan van toepassing zijn op David, maar het is beter van toepassing op Christus, om wie Joden en heidenen kwamen, maar Hij behaalde de overwinning over hen.

Palmen 118:11-12. Zij hebben mij omsingeld, ja, zij hebben mij omsingeld; maar in den Naam des HEEREN zal Ik hen verdelgen. Zij hebben mij omsingeld als bijen, zij zijn uitgeblust als het vuur der doornen; want in den Naam des HEEREN zal Ik hen verdelgen.

De doorn maakt een goed vuur en knettert en sputtert, maar hij is spoedig geheel uit. “Want in de naam des Heren zal ik hen verdelgen.” Op deze manier kunnen wij onze geestelijke vijanden, verzoekingen, beproevingen, de wereld, zonde, dood, hel, tegemoet treden, de naam van Jehovah zal onze kracht zijn. “In hoc signo vincit,” zei iemand vanouds – “Door dit teken overwint gij,” en zo overwinnen wij ook door dit teken door het bloed van het Lam.

Palmen 118:13. Gij hebt mij pijn gedaan, opdat ik zou vallen; maar de Here heeft mij geholpen.

Dit zal alle aanvallen van onze felste vijanden weerleggen – “Maar de Here heeft mij geholpen.”

Palmen 118:14-15. De Here is mijn sterkte en lied, en is mijn heil geworden. De stem der blijdschap en der zaligheid is in de tabernakels der rechtvaardigen; de rechterhand des HEEREN doet weldadiglijk.

Waar Gods volk woont, daar is de stem der blijdschap. Hun gezinsgebed heiligt het huis met zijn vreugdevolle noten. Zelfs dan is er moeite en verdriet in het huis, maar berusting maakt vreugde en blijdschap daar nog steeds; en als blijdschap voor een moment zou moeten verdwijnen, toch doet verlossing dat nooit. “Heden is de verlossing in uw huis gekomen.” Als gij nu een bekeerd mens zijt, zal het nooit meer weggaan. Het is een blijvend wezen; het is in de tabernakels van de rechtvaardigen.

Palmen 118:16-17. De rechterhand des HEEREN is verheven; de rechterhand des HEEREN doet dapper. Ik zal niet sterven, maar leven, en de werken des HEEREN verkondigen.

Sommigen hebben gedacht dat deze psalm door Hizkia is gecomponeerd na zijn ziekte, en na de vernietiging van Senacheribs heir. Dat kan zo zijn. Hij is door velen naast Hizkia gebruikt, die niet vergeten zijn dat dit de woorden van Wickliffe zijn, gebruikt toen monniken rond zijn sterfbed kwamen met gebeden, Paternosters en kruisbeelden, en hem aanspoorden zich te bekeren, en hij zei: “Ik zal niet sterven, maar leven en de werken des Heren verkondigen.” En dat deed hij ook.

Palmen 118:18. De Here heeft mij pijnlijk gekastijd, maar mij heeft Hij niet overgegeven in de dood.

Velen van zijn beste kinderen kunnen dit zeggen, want “wie de Here liefheeft, kastijdt Hij.” “De Here heeft mij pijnlijk gekastijd, maar Hij heeft mij niet overgegeven in de dood.” U die hersteld bent van ziekte, hier is een lied voor u. Gij, die bovenal niet overgegeven zijt aan uw zonden en aan de rechtvaardige straf daarvan, hier is muziek voor u: “Hij heeft mij niet overgegeven aan de tweede dood, die Hij had kunnen doen.”

Palmen 118:19-20. Open voor mij de poorten der gerechtigheid: Ik zal ze binnengaan, en ik zal den HEERE loven; deze poort des HEEREN, in welken de rechtvaardigen zullen ingaan.

Ik neem aan, dat hij, die deze woorden uitsprak, door de schone poorten des tempels is gegaan.

Palmen 118:21. Ik zal U loven, want Gij hebt mij gehoord en zijt mijn heil geworden.

Toekomst, verleden, heden – alle vol van zegen.

Palmen 118:22-24. De steen, die de bouwlieden geweigerd hebben, is geworden tot een hoofdsteen des hoeks. Dit is des HEEREN werk; het is wonderbaar in onze ogen. Dit is de dag, die de HERE gemaakt heeft; wij zullen ons daarover verheugen en ons verblijden.

Hoewel dit van toepassing is op de sabbat, toch is het ook van toepassing op elke dag, en op elke dag die God bijzonder heerlijk maakt door velen te verlossen.

Palmen 118:25-27. Redt nu, ik smeek U, o HEERE; o HEERE, ik smeek U, zendt nu voorspoed. Gezegend zij hij, die komt in den Naam des HEEREN; wij hebben u gezegend uit het huis des HEEREN. God is de HEERE, Die ons licht gegeven heeft; bindt het offer met koorden, tot aan de hoornen des altaars.

Het is de koning die terugkeert van de overwinning en hersteld is van ziekte. Hij brengt zijn offer met dankzegging, zoals ieder kind van God behoort te doen, en daar wordt het gereed gebonden aan de hoornen van het altaar.

Palmen 118:28-29. Gij zijt mijn God, en ik zal U loven; Gij zijt mijn God, ik zal U verheffen. Dankt den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid duurt in der eeuwigheid.

Leave a Reply

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.